Beelddenken

Wat is beelddenken?

Een beelddenker leert anders… Beelddenken is een andere manier van informatie verwerken; een denken in beelden en gebeurtenissen. Zij werken vanuit het geheel al associërend naar de oplossing met een voorkeur voor beelden. Beelddenken wordt in de wetenschap de visuele cognitieve stijl genoemd. Binnen het onderwijs wordt voornamelijk les gegeven vanuit de analyse met een voorkeur voor taal. Beelddenken wordt gezien als een onderwijsgerelateerd probleem.

Alle mensen worden als beelddenker geboren. Immers, een baby kent nog geen woorden. Tot vier jaar zijn alle kinderen min of meer beelddenkers. Ze denken voor het grootste deel in beelden en gebeurtenissen. Langzaam ontwikkelt het taaldenken zich en wordt het beelddenken percentsgewijs wat kleiner. Na het tiende jaar stopt dit proces. Er zijn mensen die dan een voorkeur blijven houden voor het beelddenken: de beelddenkers!

Tot het tiende levensjaar dus, kunnen er nog veranderingen optreden, kan men sturen en begeleiden. Hoe eerder beelddenken (h)erkend wordt, hoe beter het kind begrepen wordt… thuis en op school!

 

Een andere manier van denken

Beelddenkers denken in beelden en gebeurtenissen en niet in woorden en begrippen. We kunnen het ruimtelijk denken noemen. Een simpele proef op de som: Doe je ogen dicht en denk aan het woord: boom. Wat zie je? De meeste mensen zien dan de letters b-0-0-m voor zich. Een beelddenker ziet echter een prachtige boom, met bruine stam, groene bladeren, wuivend in de wind.

Beelddenken is een fundamenteel andere manier van denken! Beelddenkers zijn visueel, maar daarnaast ook ruimtelijk ingesteld. Ze werken het liefst met hun ogen en hun opgedane ervaringen. Luisteren is nooit hun sterkste kant. De ogen gaan voor de oren! In één oogopslag overzien beelddenkers ingewikkelde situaties en brengen die met elkaar in verband. Het ene beeld roept al weer een volgend beeld op. Dat kan leiden tot hoogst originele oplossingen waar een ander nooit opgekomen zou zijn. Nadeel van dit associatieve, snelle denken is wel dat beelddenkers vaak wat chaotisch overkomen.

Omdat beelddenkers in beelden denken en niet in taal, hebben ze moeite met de ‘vertaling’ naar de juiste woorden. Vaak hoor je ze dan ook praten in termen als: dinges, danges, je weet wel!

In hun hoofd zien ze het beeld, het plaatje, maar het bijpassende woord kunnen ze zo snel niet vinden. Ditzelfde zou kunnen gelden voor getallen.

Een beelddenker ziet bij het woord stoel de stoel in gedachten voor zich. Of de stoel nu achterstevoren of op zijn kop staat: het blijft een stoel. Als ze de letters en hun klanken gaan leren, geeft dit problemen. Immers: een b is andersom opeens een d, en op zijn kop zelfs een p, maar voor een beelddenker blijft het een b.

Beelddenkers zijn snel afgeleid

Beelddenkers zijn snel afgeleid, want net als ze ergens mee bezig zijn, zien ze al weer iets nieuws om te doen. Dat laatste is wel eens lastig voor ouders. De opdracht: ‘doe je jas uit, ruim je tas op en kom naar de keuken om wat te drinken’ is onmogelijk voor een beelddenker. Terwijl hij naar de opdrachten luistert, ziet hij het beeld van de jas aan de kapstok, de tas in de kast en het glas drinken in de keuken voor zich. Op het moment dat hij zijn jas uittrekt, denkt hij alles al gedaan te hebben en gaat rustig met zijn lego spelen. De andere opdrachten lijken vergeten. Ouders van beelddenkertjes zijn wel eens radeloos. “Waarom luister je nou nooit?” is een veel gehoorde wanhoopskreet. Maar het is geen onwil, maar onmacht! Een simpele oplossing is om de opdrachten mondeling te laten herhalen. Het uitspreken van wat je moet doen helpt een beelddenker om beter te onthouden.

Ook op school kenmerkt de beelddenker zich door dit ‘afwezige’ gedrag. Leerkrachten zeggen vaak: “Is dit kind nu dom of neemt hij mij in de maling?”

Waar komt het beelddenken vandaan?

De term ‘beelddenken’ bestaat al tientallen jaren. Het is afkomstig van de Haagse logopediste Maria J. Krabbe, die in de jaren dertig met de theorie kwam dat er mensen zijn die in beelden denken in plaats van in taal. Haar werk werd enthousiast voortgezet door Nel Ojemann, Montessori-leerkracht, remedial teacher en docente aan de Universiteit van Groningen. Zij ontwikkelde een onderzoeksmethode, het wereldspel, waarmee je de beelddenkende leerling kan signaleren.

Waaraan herken ik een beelddenker?

Ieder mens is bij de geboorte een beelddenker. Immers: de taal moet nog geleerd worden.

Langzamerhand leert de peuter spreken en ontstaat er taalbegrip. Klanken blijken betekenis te hebben en met die klanken kun je jezelf  ‘verstaanbaar’ maken. Beelddenkers blijven echter een voorkeur houden voor de beelden boven de taal. Hun visuele vermogen (kijken) is sterker dan het auditieve vermogen (luisteren).

Beelddenkers ontwikkelen daardoor vaak een eigen, vaak heel originele woordenschat, die tot op latere leeftijd doorspeelt. (Verbasteringen als aloge voor horloge, rontonde voor rotonde en stokkontakt voor stopcontact ).Verder kunnen beelddenkers in de babytijd een wat slordig, kwijlend mondje hebben, leren ze wat later lopen waarbij veel naar hun eigen voeten wordt gekeken alsof ze willen zien wat ze doen. Als peuter hebben ze een groot inlevingsvermogen. Fantasiespelen gaan ze helemaal in op. Hierdoor kunnen heftige driftbuien het gevolg zijn als het kind uit zijn spel wordt gehaald omdat hij bijvoorbeeld naar bed moet. Bouwmaterialen, zoals lego en de blokken, zijn favoriet en verder kunnen ze een hardnekkig doorzettingsvermogen aan de dag leggen.

Bij het ouder worden, blijft de taalontwikkeling vaak achter bij de leeftijdsgenootjes. Ze kunnen moeilijk iets onder woorden brengen, hangen graag de clown uit, zijn speels en hebben moeite met ruzie en conflicten. Beelddenkende kinderen zijn emotioneel erg kwetsbaar, kunnen zich wat moeilijker concentreren, hebben een groot gevoel voor humor en vertellen vaak de prachtigste fantasieverhalen.

 

Basisschool

Eenmaal op de basisschool wordt er door de leerkracht veel nadruk gelegd op volgorde en details en dat zijn nu net de zaken waar beelddenkers wat moeite mee hebben. Het onthouden van de letters en bijbehorende klanken geeft dan vaak problemen.  Deze problemen kunnen we al tegenkomen in groep 2, omdat de kinderen in groep 2 al een aantal letters moeten kennen. Het is dan handig om met het programma `Spelen met letters` een beperkt aantal letters (6) aan te leren. Dit geeft de beelddenker een voorsprong zodat hij vanuit zelfvertrouwen groep 3 binnenstapt. Het automatiseren van bijvoorbeeld de tafels of sommen onder de 20 gaat vaak moeizaam en bij het spellen maken ze vaak veel oriëntatiefouten: de letter s wordt een z, of de f wordt een v.

Ook taalregels worden slordig gehanteerd. Beelddenkers gaan voor de inhoud en niet voor de juiste vorm. Ze komen daardoor wat slordig over, maar weten heel goed waar een tekst globaal over gaat. Details onderscheiden is vaak hun moeilijkste kant.

Beelddenkers kijken meer naar overeenkomsten (Wat weet ik al? Wat had ik ook al weer net zo gedaan?) in plaats van naar verschillen.

Ze hebben een grote vrijheidszin en een brede belangstelling, hebben een goed geheugen voor gebeurtenissen en belevenissen en zijn sociaal zeer bewogen.

Is mijn kind een beelddenker?

Onderzoek heeft uitgewezen dat er in iedere klas wel één à twee beelddenkers zitten. Vaak zijn het leerlingen die in de onderbouw (groep 1 en 2) goed lijken mee te draaien, maar in groep 3 problemen kunnen ondervinden bij het lezen, schrijven en/of rekenen. De leerkracht kan er niet goed de vinger opleggen; het is een slimme, ondernemende leerling, vol enthousiasme en creativiteit… waar zit het probleem?

Door de nog grote onbekendheid met het begrip beelddenken, worden veel beelddenkers niet als zodanig herkend en ontstaan er met de jaren op de basisschool steeds grotere leer- en/of gedragsproblemen.

Wat kunt u doen?

Door het lezen van deze site, en het (h)erkennen van een aantal beelddenkende kenmerken bij uw kind, bent u nieuwsgierig geworden, maar waarschijnlijk ook bezorgd. Wat kunt u doen? Het is aan te raden om een Beelddenkonderzoek te laten afnemen. Het wereldspel is onderdeel van het onderzoek. Praktijk IQbus kan u dan vervolgens gerichte hulp aanbieden passende bij de manier van informatie verwerken en verwerven.

Beelddenkers hebben het moeilijk op school en het leren gaat niet zo snel als we zouden willen, maar we weten nu ook dat dit geen onwil is, maar onmacht. Door het vroegtijdig signaleren van beelddenken kan zo snel mogelijk hulp geboden worden. Door middel van een Individueel Onderwijskundig Onderzoek kan worden vastgesteld of een kind beelddenker is of niet.

In samenspraak met ouders en leerkracht is er de mogelijkheid om kinderen door middel van een Beelddenkonderzoek op beelddenken te laten diagnosticeren, zodat preventieve maatregelen door ouders en leerkracht kunnen worden genomen.

De procedure neemt ongeveer tien uur in beslag, waarvan het onderzoek met het kind zelf twee uur duurt. Van het onderzoek wordt een verslag gemaakt dat met de ouder(s) wordt doorgesproken. De leerkracht van het kind krijgt dit verslag van de ouder(s).

Het individuele onderzoek omvat

  • het wereldspel onderzoek geeft duidelijkheid of uw kind een beelddenker is. Ook komen hierbij persoonlijkheidskenmerken van het kind naar voren, zoals faalangst en/of gedragsproblemen. Tevens kan de cognitieve ontwikkeling uit de vormgeving worden gehaald;
  • het pedagogische en didactische onderzoek geeft inzicht in het leer- en denkniveau van uw kind;
  • de Raven, een non-verbale intelligentie test;
  • een geheugenonderzoek geeft de sterke en zwakke leeringangen aan;
  • het onderzoek Fixatie Disparatie laat zien of de ogen goed samenwerken over de middenlijn;
  • een schriftelijk verslag, waarin advies wordt uitgebracht.

De kosten voor een Individueel Onderwijskundig Onderzoek/Beelddenkonderzoek bedragen € 350,- (excl. BTW) inclusief intakegesprek, nabespreking  en een compleet verslag van het onderzoek.

Wat is het Wereldspel?

Wereldspel

Met het Wereldspel wordt Beelddenken gesignaleerd. Het Wereldspel is een onderdeel in een compleet Individueel Onderwijskundig Onderzoek (IOO) in combinatie met didactische onderzoeken. Het kind krijgt de opdracht: ‘Bouw een dorp.’ Aan de hand van de vormgeving van het gebouwde dorp kunnen we zien hoe het kind zijn informatie verwerkt; als beelddenker of als taaldenker, zal het kind persoonlijkheidskenmerken laten zien, zoals faalangst, boosheid, e.d. en kunnen we de cognitieve ontwikkeling afleiden.